uit het huismannenpraatjesarchief    
Volgens het boekje
Wie heeft het consultatieburo eigenlijk uitgevonden? Een vrouw waarschijnlijk. Ik vind het maar een merkwaardig instituut. Een vrouwenbolwerk bovendien, waar je als vader alleen maar geduld wordt omdat het niet anders kan, omdat je nou eenmaal van die vaders hebt, tegenwoordig. Wat een getutterdetut zeg. Met grafiekjes, tabellen en testen, regeltjes, schema’s en voorschriften, ongevraagde adviezen, nuttige tips en wenken en weetjes die iedereen weet. En je moet er nogal eens op komen draven als je twee peuters in huis hebt. Niet dat het ongezellig is, welnee, ben je gek, dat niet. Ik houd wel van die gesprekjes, van moeders onder elkaar, van hoe oud is die van jou en dat zou je ook niet zeggen, wat kan die van jou allemaal en hoe leuk is die van mij. En als ik maar hard genoeg probeer, dan mag ik soms heus wel meedoen, al blijft het wennen voor de mama’s en denken ze van elkaar nog wel eens dat ik dáár dan wel bij zal horen. Nee, ik ga er graag naar toe. Maar heeft het ook nut, die bezoekjes? Al dat quasi-deskundig gedoe? Is het nuttig om te weten dat je kind een onsje achterloopt op het schema? Een centimetertje uitsteekt in de grafiek? Precies groeit volgens het boekje? Als je kind er blakend van gezondheid bijzit om door een ringetje te halen? Is het nuttig om te horen dat je baby nu wel voorzichtig een fruithapje mag, als hij thuis net anderhalve beker geprakte perzik met appel heeft weg zitten werken? Is het nuttig om te testen of je peuter allerlei vogelgeluidjes kan horen, uit twee super-interessante dingetjes links en rechts in zijn blikveld die hij nog nooit gezien heeft, in een verder doodstil kamertje, terwijl ze zijn aandacht wetenschappelijk proberen af te leiden met een rood plastic bekertje waar hij tussen zijn eigen speelgoed allang niet meer naar omkijkt, als je weet dat hij thuis feilloos hoort, met de tv aan, naast hem op de bank twee vriendjes en drie volwassenen in de kamer die daar nog een gesprek bovenuit proberen te voeren dat jij heel zachtjes, stiekem in je eentje een snoepje probeert te eten? Ik ook snoepie papa. Moet je je zorgen gaan maken als je peuter even geen zin heeft om een zinnetje van zes woorden te formuleren omdat de dokter dat aan papa vraagt, als hij onderweg naar de dokter nog een monoloog tegen je heeft afgestoken van wel zeshónderd woorden, dwars door die van zijn broertje heen? Is er iets mis met je jongens als ze die paar lullige afgekloven blokjes die ze in hun handjes krijgen geduwd niet op elkaar willen stapelen? Op commando? Van de dokter die net nog hun luiers van ergens hoog boven achter openratste om zonder verdere aankondiging huphuphup aan hun ballen te gaan trekken? Of ze wel ingedaald waren? Tja. Ik vraag het me wel eens af, eerlijk gezegd. Maar mij wordt niks gevraagd. Nee, want mama is er één keertje bij vandaag. Dus de dokter vraagt nu alles aan mama. Zelfs als papa de antwoorden geeft. Vrouwenbolwerk, nietwaar. Ga maar naar mama, zegt de dokter, schop de bal maar naar mama, ga maar bij mama op schoot en mama kleedt je weer aan. Dus papa vindt het helemaal niet zo erg dat zijn oudste jongen niet mee wil doen aan de ogentest van de dokter. Dat zou papa zelf ook niet willen, zo’n raar brilletje hup op je hoofd, waar je niet eens even eerst naar mag kijken. Dan zou papa de boel misschien ook wel willen saboteren. Maar dat doe je niet als je groot bent. Als je pas drie bent, dan weet je dat niet, en doe je het gewoon wél. Ik zie het niet, zeg je dan, met papa’s hand voor je ene oog, ik zie het hélemaal níet, met papa’s hand voor je andere oog. En wat de dokter ook probeert, dichterbij en nog dichterbij, de allergrootste plaatjes met allebei je ogen, je blijft volhouden dat je het echt helemaal niet ziet. Niks zie je, helemaal niks. Zelfs als de dokter je dan korzelig met haar laatste troef probeert te lijmen, dan zeg je: ik wíl die kleurplaat helemaal niet. Ha! Zó mag papa het horen, dát is zijn grote knul. En als papa’s grote knul weer veilig bij papa op schoot zit, dan zegt hij tegen zijn vader: ik vind die dokter niet aardig en al durft papa dat nou niet direct hardop te beamen, hij spreekt het ook niet tegen. Lekker puh!

©JosvanVenrooij