Een boterham met tevredenheid
ontbijtverhalen en recepten



Een aantal jaren achtereen gaf de firma Jade te Deventer haar klanten, relaties en werknemers een boekje als eindejaarsgeschenk. Het boekje werd ieder jaar exclusief voor de opdrachtgever geschreven en geïllustreerd.
 In 2002 was het een boekje met verhalen en recepten voor aan de ontbijttafel. Geen recepten waar je extra vroeg voor op moet staan, maar die je de dag of nog langer van tevoren al klaar kunt hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Ragemberjam
een recept

Hussen met je neus ertussen, antwoordde mijn moeder meestal geroutineerd geen tegenspraak duldend als wij vroegen: wat eten we vanavond? En dan wisten we het natuurlijk nog niet, wat waarschijnlijk ook de bedoeling was. Maar toch wisten we wel iets meer dan wanneer we het niet hadden gevraagd: we wisten namelijk dat het iets zou zijn dat wij niet lustten. Want dat betekende hussen met je neus ertussen: groenten, aardappelen, jus, en dat lustten wij niet. Gedver, riepen wij dan dus ook braaf, met onze tongen naar buiten, eensgezind in koor, waarna we ons maar weer aan de lego wijdden, omdat verder vragen geen zin had. Had mijn moeder echter plannen waarmee ze wist dat ze wel zou scoren, dan beantwoordde ze onze vraag met een geheimzinnig: mmmm, lekker. Waarop wij wisten net zolang vleiend en blijend aan te moeten blijven dringen en proberen het te raden tot ze ons verklapte: macaroni, pannenkoeken, kip met appelmoes. Veel langer was dat rijtje niet want zoals alle kinderen hadden wij een zeer overzichtelijke smaak. En zo verliep dat ritueel lange tijd naar ieders tevredenheid, tot mijn moeder op zekere dag na het immer verhoopte mmmm, lekker met een onverwacht nieuw antwoord kwam: rabarber. Rabarber? Rabarber? Daar hadden wij nou nog nooit van gehoord, van rabarber, maar het klonk wel grappig en omdat het blijkbaar ook in het rijtje macaroni, pannenkoeken, kip met appelmoes thuishoorde, verkeerden wij in gepaste, feestelijke opgetogenheid toen de schalen op tafel kwamen. De enorme teleurstelling van de eerste hap. Nog nooit, nee nog nóóit hadden wij zoiets smerigs gegeten. We waren het er roerend over eens dat zelfs andijvie nog lekkerder was, terwijl dat toch al jaren onbetwist op eenzame hoogte stond als het viestste eten. Mijn moeder is echter altijd onverstoorbaar blijven volhouden dat rabarber mmmm, lekker was, waardoor dat antwoord op onze dagelijkse vraag nooit meer het onbekommerde vreugdegevoel van daarvoor opleverde. Ik kan het woord nog altijd niet zonder bijsmaak horen, vandaar dat we geen rabarberjam maken, maar ragemberjam. Dat klinkt veel lekkerder. En om u gerust te stellen: ik heb dit recept niet van mijn moeder.
Goed. Om te beginnen heeft u een plastic emmer nodig waar een deksel op zit. Dat klinkt een beetje vreemd en dat is het ook wel maar het is niks om u voor te schamen. Liever gek dan saai, moet u maar denken als iemand er wat van zegt. Zorg ondertussen wel dat het een schone emmer is, dat er geen zeepresten meer inzitten want als het dan niet lekker is, kan de rabarber er niks aan doen. Wanneer u de rabarberstengels gewassen heeft, u heeft ruim een pond in huis gehaald, snijdt u ze in kleine stukjes, een centimeter ongeveer, een kindervinger dik. U kunt de rabarber eventueel eerst schillen maar wanneer u mooie jonge, verse stengels gebruikt is dat zeker niet nodig. Ook de citroen wast u eerst goed. Als u geen grote citroen heeft, gebruikt u anderhalve of zelfs twee kleinere, dat maakt niet uit, als het samen maar één grote is. U snijdt de citroen in vier stukken en haalt de pitten eruit, u snijdt de gember klein en dan het hele spul met de suikerklontjes hopla, de emmer in. Even roeren, deksel erop en drie dagen laten staan. Zo, dat zijn geen halve maatregelen. Niet dat u er nu geen omkijken meer naar heeft want u moet er nog wel af en toe even in roeren, maar verder maakt deze jam zich als het ware zelf. Als de drie dagen om zijn, giet u de emmer leeg in een grote pan en brengt de ragemberpulp aan de kook, onder voortdurend roeren, zoals dat heet. U laat het dan dertig, vijfendertig minuten flink doorkoken en blijft er ook af en toe in roeren. Als u tenslotte tevreden bent over de dikte van uw brouwsel, haalt u de stukken citroen eruit en giet de jam in de potten. En als ze morgenochtend aan u vragen wat er op hun boterham zit, zegt u geheimzinnig: mmmm, lekker.

 

  

Boodschappenlijstje

600 gram rabarberstengels
75 gram gekonfijte gember
1 grote citroen
650 gram suikerklontjes
1 plastic emmer met deksel

 

Mr Moor's variatietip: Voeg direkt na het koken van de jam, vlak voor u de potten gaat vullen, wat fijngesneden blaadjes munt uit eigen tuin toe. Nog een paar keer extra roeren.. heerlijk!

 

©txt&bld:JosvanVenrooij