uit het huismannenpraatjesarchief
Over emancipatie

Het is misschien niet zo geëmancipeerd als ik zou willen, maar er zijn van die dagen dat ik zou willen dat ik niet zo geëmancipeerd was misschien. Hoe zou een vrouw dat dan weer oplossen, vraag je je af, als geëmancipeerde man in opleiding. Wel, die zou natuurlijk willen dat ze wat geëmancipeerder was, de Opzij kopen en gaan emanciperen. Makkelijk zat. Maar kun je als man ook ont-emanciperen? Waarschijnlijk niet. Het is ook géén woord natuurlijk. Moet je dat daar nou zien staan. Zonder tussenstreepje is het al helemaal niet eens te lezen, laat staan dat er een blad over bestaat. Heeft ook iets loser-achtigs trouwens, ont-emanciperen. Was dan gelijk een macho-zwijn gebleven, sukkel! Ja toch? Daarbij zou je je ook nog 'ns af kunnen vragen of je eigenlijk wel zo geëmancipeerd bènt, wanneer je zou willen dat je het maar liever niet was. Waarmee dit probleem tot een self-solving-problem wordt. Dus waar lul je nou over? Tja. Dat er van die dagen zijn. Dus. Van die dagen. Dat je geëmancipeerd bent tegen wil en dank. Dat het luie, egocentrische macho-varken er aan alle kanten doorheen steekt, door de schone emancipatieschijn. Van die dagen dat je je vrouw 's ochtends hartelijk kussend met de baby, de afwas en de boodschappen zou willen laten zitten, als een èchte vent. Dat je je aandeel in de verzorging zou willen inkrimpen tot een kusje voor het slapen gaan en een spelletje in het weekend, als je niet te moe bent. Of moet werken. Of op reis bent. Maar je bent niet op reis. En je hoeft niet te werken. Nee, want je was geëmancipeerd. Oók op zulke dagen, daar is niks meer aan te doen. Dus daar zit je met je baby, op de bank. En het vrouwtje heeft een receptie dus ze eet niet thuis, nee, het wordt laat vanavond schat. En we krijgen een logé dit weekend, dus de badkamer moet een sopje, bedenk ik al flessend. Misschien ook nog maar even stofzuigen dan. En Eva's kamertje een beetje opruimen, het beddegoed verwisselen. De was kan gevouwen. Vast wat boodschappen doen ook. Genoeg te doen, want het huishouden is immers nooit klaar, dat maakt het tenslotte zo boeiend. Ik krijg er alleen niet zo'n zin in vandaag. Omdat al snel blijkt dat ik bij alles wat ik doe, Luc ernaast moet hebben staan, in zijn wippertje. Hem bemoedigend moet toejubelen en geruststellend moet tutten, omdat hij anders gaat huilen. En dáár heb ik niet zo'n zin in vandaag. Huilen doet hij trouwens toch wel. Gisteren ook al. En dat mag dan misschien een oei-ik-groeisprongetje zijn, ik word er knap ongeduldig van. Wat een geëmancipeerde man natuurlijk niet hoort te worden. En van de meeste huishoudelijke voornemens komt ook al niks terecht vandaag. Niet zo geëmancipeerd inderdaad. En liever, loop ik de hele dag te mokken, zat ik op mijn atelier, al kwam er geen fuck uit mijn handen. Hélemaal níét geëmancipeerd. Onverschillig carrièrezwijn. Zie je wel, ik zei het toch. Ik ben een mooi weer feminist. Als het zonnetje schijnt en de baby vrolijk is, ja, dàn loop ik buiten te fluiten van joehoeoe, zien jullie wel hoe roldoorbrekend ik hier boodschappen loop te doen, met mijn lieve kindje? Parmantig paradeer ik met mijn slapende wolk, mijn ideaal kind over straten en pleinen en hoop dat alle jonge moeders die ik tegenkom om zullen kijken en denken: had ìk maar zo'n man. Dat alle mooie meisjes elkaar aan zullen stoten en elkaar toefluisteren en giechelen: wat een leuke vader is dat, en knap om te zien, zo'n man wil ik later ook. En dat líjkt misschien niet zo geëmancipeerd, maar dat ìs het uiteindelijk wel, kwam ik laatst achter: Ik loop veerkrachtig te pronken achter mijn buggy, haartjes in de krul, artistiek ongeschoren, beetje ruime jas, op naar de Konmar. Kom ik langs garage Ricardo (hebbieum?), in de Breedstraat, waar op de stoep meestal wel wat mensen staan te staan. Gewoon, hanging out weet je wel, volksbuurt, beetje over auto's lullen, wachten tot ie opengaat. Nu ook. Een man en een vrouw. Ergens achter in de veertig, schat ik optimistisch, hij een petje, zij een permanent. Van die gezellige haagse mensen zal ik maar zeggen. Zij ziet mij aankomen, kijkt dat zo'n beetje aan en draait dan de rollen wel heel erg om: Ik wou dat ìk zo klein was, dan kon ik in je wagentje zitten.

©JosvanVenrooij