uit het huismannenpraatjesarchief
Naar buiten
Je zult mij niet horen zeggen dat het geen werk is, huisman. Ik kijk wel uit, ik ben me daar gek, ik ben er immers zelf één. Ik ga natuurlijk niet de poten onder mijn eigen keukentrapje vandaan staan zagen. Want als ík het al geen werk vind, wie dan wel, nietwaar? Met twee kleine kinderen is het nog best een zware baan ook, gelooft u mij maar. Ik zit er ’s avonds in elk geval af en toe knap lusteloos van op de bank, eerlijk gezegd. Nog te weinig puf om te zappen. Laat staan voor al het scheppende werk dat ik mij vanmorgen nog had voorgenomen. En dan ben ik nog niet eens zo’n huisman die de godganse dag overspannen met Jifdoekjes en Glorixlapjes achter de vieze handjes van zijn kroost aan loopt te rennen om zijn huis en haard reclamefris en streeploos glanzend schoon te houden, zoals vrouwen dan schijnen te doen. En op de wc spelen, dat mogen ze gewoon niet van mij, ben je gek, wat is dat voor onzin? Maar soms denk ik toch ook wel eens dat het eigenlijk best een lekker baantje is. En dat het een schande is dat vrouwen dat al honderden jaren voor zichzelf zitten te houden. En nog een beetje mopperen ook, in hun bozige blaadjes. Want laten we eerlijk zijn, wat stelt het nou eigenlijk helemaal voor, dat huishouden? Ik bedoel, zolang er ’s avonds maar eten op tafel staat en er is iets lekkers bij de koffie, zolang ze zelf maar niet hoeven af te wassen, interesseert het niemand wat jij de hele dag doet. Dus als jij de hele dag met je knieën in het warme sop platgetrapte rozijnen van het zeil af ligt te pulken, andermans remsporen uit de pot staat te borstelen, met je hoofd in een gifwolk kalkaanslag van de douchekraan staat te schrapen en voortdurend overal kinderhandjes van af loopt te poetsen, dan vindt iedereen dat best. Als jij de hele dag zit opgesloten in je huiskamer, vanwege het gruwelijke pestpokkeweer niet naar buiten kan en van negen tot vijf tóch je kinderen tevreden moet zien te houden, je eigen twee jongens én de twee oppaskinderen, denderdender door het huis, dan vindt iedereen dat best. Ja, wat een rotweer hè? Ik ben doorweekt. Wat eten we vanavond? En dan zijn ze nog blij dat het patat is ook. En niet iets zelfgekookts. En wat je ook stofzuigt en opruimt en dweilt, het snoer is nog niet ingerold of het eerste koekje gaat al weer in kruimels op. De dweil ligt nog na te dampen over de rand van de emmer maar de eerste antilekbeker klettert alweer spetterend en lekkend tegen de grond. Je haalt het laatste kopje uit het sop en het eerste bordje is alweer vuil. Enzovoorts enzovoorts enzovoorts. U kent het verhaal. Van uzelf of van uw vrouw. Het huishouden is nóóit klaar. Het maakt dus ook niet uit wanneer je pauze neemt. Niemand die het merkt. Zolang iedereen maar naar zijn werk kan, allemaal naar school, lekker ontwikkelen, lekker ontplooien, uitdagingen aangaan.. En ’s avonds weer aan tafel en de afwas laten staan. En niemand zal het in zijn hoofd halen kritiek te hebben op de stand van huishoudelijke zaken want iedereen is veel te bang dat ze het dan zelf moeten doen. Omdat jij het al zo druk hebt. Dus als de lente dan plotseling zijn hoofd een paar daagjes om de deur steekt met een lekker zonnetje, sneeuwklokjes en krokusjes, dan zou jij wel hartstikke gek zijn als je een beetje de ramen ging zemen. Die zijn nu al wéken vies, dat hoeft niet opeens vandáág. Nee jongens, wij pakken de fiets en wij gaan naar het bos. Jassen aan, laarzen, de buggy, rugzak met koekjes en fruit. Jaaaa! Luc gaat naar bos. Hard renne! Kan de peuter lekker uitrazen met stokken en stammen en stenen. Over omgevallen bomen klimmen, ingelukkig steunend, dieptevreden kreunend, de baby ligt te slapen in zijn kar. En papa loopt te kuieren in de zon. Kijk eens Luc, een paddestoel, het holletje van een konijn. En als de lente aanhoudt, deze week van geen wijken weet, dan zit papa twee dagen later wéér met zijn bol in de zon. Op de kinderboerderij. Lekker educatief qualitytimen. Geitje aaien, gaapje aaien, kijk eens Luc, een varken. Goed zo Rien, een koe. Hapje mandarijn. Praatje met een moeder. Leunend tegen het hekje nog lange niet naar huis. Luc in de weer met hooi, Rien weer onder zeil. En dat is allemaal werk. Want frisse buitenlucht, dat is goed voor die jongens. Gezond, een beetje beweging. We willen tenslotte niet dat het van die stadse bleekneusjes worden. Van die bangelijke binnenzittertjes. Dus toe maar jongens, klooi maar aan, papa zit hier, op het bankje. Op het bankje in de zon. Nog een paar weken. Dan kunnen we weer naar het strand. Werkze schat, tot vanavond.

 

©JosvanVenrooij