uit het huismannenpraatjesarchief
Lekker spelen

Je zou je kunnen afvragen waarom je het in vredesnaam in huis hebt allemaal. Dat doe ik trouwens ook wel eens. Vrij regelmatig zelfs. Eigenlijk wel elke dag een paar keer. Wat moeten we toch met al die zooi, roep ik dan, als ik mijn nek weer eens breek over een autootje of een bal, een blok, of een pop. Moete die zooi, roept Luc dan. En: Ja! glundert Rien hem met pret achterna. En ze gooien er nog eens een extra duploblokje tegenaan. Of twee. Gooie gooie. En Oh! Want ik probeer ze er dan wel eens toe te bewegen met al dat moois te spelen, als ik bijvoorbeeld even zonder hulp van Luc de wc wil doen, even zonder Rien aan de knoppen wil stofzuigen, even zonder die twee over me heen en onder me door en tussen me langs de krant wil lezen, tegen beter weten in, dan zet ik ze wel eens bij hun speelgoed: Zo jongens, en dan gaan jullie nu even lekker spelen. Maar het dichtst dat ze daarbij in de buurt komen is toch dat ze alles over de grond kiepen, met zoveel mogelijk kabaal, dus het liefst het hele krat in één keer ondersteboven, boem, en daarna het andere krat, zo, helemaal leeg, en dan met die krátten gaan lopen sjouwen, onderweg zoveel mogelijk autootjes, poppen en blokken onder banken en kasten en stoelen schoppend en schuivend dat het rammelt en dendert en kraakt dat horen en zien je vergaat. Papa ruimt het wel weer op. En inderdaad kruipt papa een paar keer per week met zijn kont omhoog door kamers en gang om alles overal onder vandaan te verzamelen. En op dat soort momenten vraag ik me dat dan dus af: waarom hebben we het in vredesnaam allemaal in huis? Want spelen doen ze er niet mee. Ja, als papa eens door de knieën gaat om een duplokasteel of een duplostal of een duplohuis te bouwen, is Luc heus niet te beroerd om ook even een blokje mee te duwen. En Rien is ook altijd wel bereid het zijne bij te dragen, bouwe bouwe, al heeft die weer hele eigen ideeën over hoe een kasteel of een huis of een stal er uitziet. Neeee, Iehien, ik wil dat niet! Tik! Want dat doen ze er dan ook nog wel mee. Er ruzie om maken. Wie het het eerste had. Het net zo tergend lang vasthouden tot de ander het zó graag óók wil hebben dat hij het wel af móet pakken, zodat het weer een drama wordt. Maar verder spelen ze toch vooral het liefst met al het moois van papa. De emmer met water, de bezem, de dweil, soonmake, vege, make. Helpen met de afwas, helpen met eten koken, met pannenkoeken bakken. Planten water geven, de bedden verschonen, de was opvouwen. Wat je ook doet of wilt gaan doen, Luc en Rien doen mee. Dus wat je aan stof en kruimels en schilfers bij elkaar veegt van onder tafel en kinderstoel, veegt Rien weer terug naar waar het vandaan kwam, terwijl Luc met de bezem de muren doet, de deuren en de ramen. In de tijd dat jij het hoeslaken en de slopen hebt verwisseld, hebben Luc en Rien het dekbed naar de wasmand gesleept en is de route daar naartoe dus mooi gelijk geveegd. Jij snijdt de broccoli, de prei en de tomaten, Luc laat alles waar water in kan vol en weer leeg en weer vol lopen zodat, wanneer we aan tafel kunnen niet alleen Luc in bad is geweest, maar ook de keuken gedweild, de vaat gespoeld, het aanrecht afgenomen. En dát vinden ze leuk. Dáár zijn ze uren zoet mee. Je dóet ze geen plezier met speelgoed, echt niet, want het is nep, dat ziet toch iedereen? Wat zou je nou met lelijke plastic namaaktelefoontjes met rare kleuren en een draaischijf gaan zitten spelen als je ook de afstandsbediening kan pakken? Met knopjes. Of beter nog, de échte telefoon. Die piept tenminste, en er zit een lampje op. Wat moet je nou met zo’n piepklein mini stoffer en blikje als er ook een échte emmer staat, met een échte spons en een échte trekker, twee zelfs? En als je geluk hebt zelfs nog een restje écht water? Als je met stoelen en krukken en tafels kunt slepen, dan wil je toch geen beren meer? Als je eindelijk kunt staan en dus bij de knoppen van het gasfornuis kan, dan kun je toch niks meer met plastic kabouterpotten en –pannen? Daar speelt papa toch ook niet mee? Dus ja.. Dan kan papa wel gaan smeken en gaan preken, tot hij purper ziet, van jongens dat is toch geen speelgoed en pas op blijf af laat liggen, maar daar krijgt papa ook geen goed humeur van. Zo’n vader wil je niet zijn. Dus papa helpen is het spel en dat wordt dan maar gespeeld. En ach, al schiet het niet op, gezellig is het wel en wat zou je je nou haasten, je hoeft toch nergens naartoe? En dan gaat papa straks een kopje koffie drinken en dan gaat hij zijn twee peuters even helpen een boekje te lezen, een puzzeltje maken, een poppetje van klei. En zo helpen we elkaar. Behalve met opruimen. Dat moet papa alleen doen. Want dan zijn ze net aan het spelen.


©JosvanVenrooij