uit het huismannenpraatjesarchief
Jong niet afgeleerd
..
Weet je wat, denkt papa, niet in de laatste plaats voor zijn eigen plezier, het is best aardig weer, boodschappen kan ik altijd nog wel doen, ik ga vanmiddag even met ze naar de kinderboerderij. Daar zijn we lang niet geweest, dat zullen ze wel weer eens leuk vinden. Kijken naar de konijntjes, de cavia's, de koe. Geitjes aaien, eendjes voeren, peentje voeren, schaap. En wat is dat nou voor een beest? En dat kan papa dan mooi vertellen, aan zijn jongens, wat voor beest dat is. En wat hij eet. En wat hij doet. Want dat wéét papa allemaal. Kom maar, papa zal je tillen, papa zal je helpen, geef maar je handje, nee, je hoeft niet bang te zijn, papa is er toch bij? Heerlijk, vindt papa dat. Voelt hij zich een échte papa, tussen de andere mama’s. Nou, de jongens vinden het ook een uitstekend idee, daar worden ze enthousiast voor wakker, want, weet zijn oudste peuter papa te vertellen, met zijn vingertje in de lucht, vertrouwelijk voorover over de rand van de commode, op de kinderboerderij.. hebben ze.. kleine kruiwagentjes! En kleine bezempjes! En schepjes! En die wil hij dan dus wel graag hebben, als ze daar zijn, op de kinderboerderij, zo'n kruiwagentje. En liefst ook nog een schepje. Dat moet. En de jongste ook, natuurlijk, die kan niet achterblijven en dat doet hij dan ook nooit, het woordje óók ligt hem voor in de mond. Oók een kruiwagentje. Hij kan het nauwelijks zeggen maar je ziet dat hij weet waar hij het over heeft. Dus of papa er maar voor wil zorgen. Papa voorzichtigt vast wat over andere kindertjes en we zullen het wel eens zien en op de fiets probeert papa de diertjes nog eens ter sprake te brengen, het koetje, de geitjes, het schaap, maar eenmaal binnen de hekken is er enkel oog voor kruiwagentjes, schepjes en bezems. Allemaal met peuters en kleuters eraan en volop in bedrijf. Radeloos kijken zijn jongens rond, is er dan nérgens iets vrij? En kan papa daar niks aan doen? Maar papa heeft hier een beetje een hekel aan, hij houdt daar niet zo van. Hij ziet zich nog steeds bij de glijbaan staan, de schommel, de wip, de attractie, met zijn veel te bescheiden dochter, jaren geleden alweer, temidden van kinderen kleiner dan haar, maar brutaler, véél brutaler, die nemen wat ze willen, wanneer ze het willen, zo lang als ze willen, omdat ze zo zijn opgevoed, door hun papa’s en mama’s, die het in legging en trainingspak gehesen, met een achterstevoren petje op ongeïnteresseerd rokend heel normaal staan te vinden dat hun kroost de rest niet ziet staan. Zijn dochter gewoon niet zien staan. Zijn dochter, altijd maar wachtend op haar beurt, omdat papa haar zo heeft opgevoed. Haar beurt die zo nooit komt. Papa weet nog precies hoe dat voelt. Plaatsvervangend machteloos. Geen zin om een toch kansloze scène te schoppen, geen moed ook, ze heeft het niet van een vreemde, met beleefde bemiddeling krijgt papa geen poot aan de grond en dus kiest hij maar eieren voor zijn geld. Kom, dan gaan we maar ergens anders kijken, hier is het zo druk. En zijn dochter die dat niet begrijpt, want dat is toch niet eerlijk? Zo kijkt papa ook naar die kruiwagentjes, die bezems en die schepjes. En hij begint nog eens over konijntjes, even laf als tevergeefs. Gelukkig komt er dan een kruiwagentje vrij, blijkt er ook nog een schepje te liggen en al snel lopen papa's jongens knorrend en ronkend te scheppen en te harken, te vegen en te kruien, met zand van hier naar daar, met vallen en opstaan en andersom en nog een keer en weer terug. Een echte boer heeft vieze handen, hè pap? En papa vind het best want kijk ze eens genieten. Al blijft papa een beetje argwanend kijken naar strak in de gel gezette peuters met gouden ringetjes in hun oortjes en glimmende trainingspakjes aan die het kruiwagentje iets te dicht naderen. De Kevins en de Jeffreys, de Samanthaas en de Nickies, van wie de moeders sigaretjes staan te roken bij het hek. Veel langer dan zijn jongens, blijft papa dat doen. Langer dan nodig ook, blijkt. Zijn jongens verjagen iedere belager in broederlijke eensgezindheid. Met boze blikken en dreigende gebaren. Afblijven, die is van ons. Weg jij! Hopla. Korte metten. Zo kort zelfs dat papa héél zachtjes en héél eventjes maar denkt van nounou, tuutuut, hoho. Maar papa zegt dat nou eens niet. Papa kijkt wel uit. Daar kunnen ze nog veel gemak van hebben, later. En papa trouwens ook.

©JosvanVenrooij