uit het huismannenpraatjesarchief
Dood aan de hond!

Zelf ben je er allang aan gewend, als levenslang stadsbewoner heb je er een extra zintuig voor ontwikkeld. Je stapt er overheen, houdt net op tijd je vaart in, zwenkt de kinderwagen, maakt een kek sprongetje, al naar gelang en volautomatisch, zonder op of om te blikken of te blozen. En dát is eigenlijk al meer dan verschrikkelijk, maar dat je je kinderen dat óók aan moet leren alsof dat iets normaals is, dat is toch.. echt, nou.. ik.. werkelijk! Alsof zo’n joch niet al genoeg aan zijn verbaasde hoofd heeft als hij zo over straat lopend het grote-mensen-leven probeert te duiden en te benoemen. Vuilmannen, werkauto, soonmaken, botor. En alsof zo’n ondernemend baasje in de winkelstraat niet al genoeg verboden en beperkingen krijgt opgelegd van zijn bezorgde vader: Blijf bij papa, niet van de stoep af, afblijven, niet opklimmen, niet aankomen. Wordt hij ook nog eens elke zoveel meter uit zijn dromerige peuterzwalk opgeschrikt door jouw hysterisch kijk uit voor de poep! Waar hij dan natuurlijk na een paniekerig waar dan waar dan dansje half struikelend toch zijn profielzool in drukt. Sta je weer foeterend aan de stoeprand met een ijsstokje of een patatvorkje of ander zwerfvuil in de smerigheid te peuteren. Gadverdamme. En dan mag je nog van geluk spreken dat hij er niet in gevállen is, want dat komt ook voor. Dat-ie met zo’n bedrukt stemmetje achter je aan komt rennen, bah pappa, vies, met zijn handje omhoog, dat inderdaad erg vies is, dat zie je al van verre en van wat dichterbij zie je dat hij als een grote knul eerst geprobeerd heeft het probleem zélf op te lossen, aan zijn jas. Kan je gelijk weer naar huis want de lol is wel weer van het wandelingetje af en bovendien wil je zo niet gezien worden. Bén je ook niet zo gezien, in winkels. Want het is natuurlijk wél je eigen schuld, als jij je kind in de stront laat vallen. Die hond kan er niks aan doen tenslotte. Dus ook als je poep aan je eigen jas krijgt als je je kinderwagen de portiektrap op tilt en je blijkt er tóch één gemist te hebben met je extra stadsbewonerszintuig en geraakt met je wagenwiel, dan is dat ook je eigen stomme schuld. Moet je maar beter uitkijken. Als een hond moet, dan moet-ie. We moeten allemaal wel eens, nietwaar? En dus is de weg van huis naar de supermarkt geplaveid met hondendrollen. En niet alleen de weg, maar ook de stoep. Voorál de stoep. En het parkje, waar je wandelt met je kinderen, met dat grasveldje waar ze zo leuk op kunnen spelen en waar je de eendjes voert op je hurken. Je peuter natuurlijk ook op zijn wankele hurken. En de speeltuin. En het bos. En het strand. Nergens ben je veilig. En dan hebben we het alleen nog maar over de poep. Wat dacht je van al die palen en paaltjes waar je ventje leuke pirouetjes omheen draait, met zijn armen, met zijn handen, met zijn jas er tegen aan. Betonnen anti-auto-ballen, waar hij zo leuk overheen kan hangen, electriciteitshuisjes waar hij zich zo aandoenlijk achter verstopt, alles op kindhoogte is afgezeken en doordrenkt door honderden duizenden honden. Te smerig om bij na te denken. Je zou er smetvrees van krijgen. Maar iedereen vindt het normaal. En denkt ook dat ik het normaal vind. En dat mijn kindjes en ik het dus wel leuk zullen vinden als baasjes lieve hondje even aan ze komt snuffelen en kwispelen en waf waf waf, met die grote tanden en die grote mond op ooghoogte terwijl je vastgebonden zit in je karretje, god, wat leuk. Hij doet niks hoor, roepen ze dan van een afstandje als vader zijn huilende kroost wil beschermen en met de moed der wanhoop een beetje tegen het lieve hondje aan begint te duwen. Hij doet niks, me neus. Een halve kilo smurrie per dag, noem dat maar niks. En hij maakt mijn kinderen bang, met zijn opdringerig gehijg en geblaf en gespring. En hij besmeurt mijn kleren, met zijn vieze gekwijl. En hij loopt overal los, dat moet gewoon kunnen natuurlijk, want er wordt jaarlijks dan wel een flink aantal kinderen doodgebeten door honden, báásjes lieve hondje doet helemaal niks. Dus baasjes lieve hondje mag ook wel los op plaatsen waar volgens de bordjes helemaal niet eens honden mogen komen. Een kniesoor die daar een punt van maakt en men laat zijn hoogstpersoonlijke individuele bewegingsvrijheid natuurlijk niet beperken door zoiets truttigs als bordjes en regels. Gadverdamme. Dat een ander zich daar dan weer door beperkt voelt in zijn vrijheid, daar heeft men schijt aan. Schijt genoeg, met die hond, kijk maar om je heen. Nee, hier helpt geen beleefdheid, overleg schiet hier tekort: kwaad met kwaad bestrijden. Met varkens kunnen we het ook, en met koeien, dus ik zou zeggen: Dood aan de hond! En zijn baasje een nare ziekte.             

İJosvanVenrooij