Uit:
Cowchannel in de bedstee
Zeven slaapkamer-
portretten






Ik wacht 
tot ik het goede vind

(De Griekse slaapkamer van Nikos Anastasiou, 
medewerker bloemenexport, is ook een beetje van Sandra Christe, grafisch ontwerper)

Den Haag


Dat het vreemd kan lopen, in een mensenleven, wie zal het ontkennen? Neem nou Nikos. Zo'n zes jaar geleden woonde hij nog nietsvermoedend in mooi Griekenland. Waar Sandra die zomer, al even nietsvermoedend, op vakantie was. De zon, de zee, het strand.. De volle maan boven de zacht ruisende branding, een zwoele avond, romantiek.. u begrijpt: de liefde sloeg toe en wist van geen wijken. En nu woont Nikos in een zéér Nederlands straatje in Den Haag. Zo'n typisch Hollands straatje waarvan het stoepje in vroeger tijden nog wekelijks een stevig sopje kreeg. Waar de portieken keurig bij toerbeurt werden geschrobd en waar kraakheldere gordijntjes achter streeploos gelapte ramen hingen. Zo'n straatje. Tja. Máár.. op één plek in dat straatje schijnt toch mooi iedere ochtend de Griekse zon door het venster naar binnen. En dat is de slaapkamer van Nikos. Ook een beetje de slaapkamer van Sandra trouwens, dat wil zeggen, niet altijd, maar meestal wel en in elk geval heeft Sandra de boel een beetje aangekleed. In Griekse stijl, dus op verzoek, mogen we aannemen.
Sandra:
'Je hebt het me niet echt gevraagd, toch?’
Nikos:
'Nee, we zijn ook niet begonnen voor de Griekse stijl.’
Sandra:
'Dat is een beetje zo ontstaan. In stukjes en beetjes.’
Nikos:
'We zijn begonnen met de muur donkerblauw.’
Sandra:
'Gelijk in het begin, toen hij hier kwam wonen, hebben we deze muur al donkerblauw gemaakt. Grieks blauw. Want daar had ik nog een halve pot van staan, van mijn eigen slaapkamer. De vitrage hing er nog van de vorige bewoner, maar mijn moeder heeft de gordijnen gemaakt, als cadeau voor zijn nieuwe huis. Dat gestreepte stuk, dat had ze nog liggen, van vroeger, maar dat was te kort, daar heeft ze dat blauwe stuk aangemaakt. Dus die hangen er ook al vanaf het begin. Het idee van een Griekse slaapkamer, heb ik er later pas bij bedacht. Het is niet dat ik met een kale, lege ruimte ben begonnen, en dat ik die heb volgezet en ingericht vanuit een concept, of een idee. Het moest met de gegevens die er al waren: deze ruimte, het bed en een knoert van een televisie.. Ik kon bijvoorbeeld niet zeggen: ik vind dat bed niet leuk, ik wil een nieuw bed. Het is allemaal low budget want hij heeft heel weinig geld. Zeg maar gewoon niks. Dus dat bed, dat zijn een paar pallets, van zijn werk. Met een matras van de kringloop erop.'
Nikos:
'Acht pallets, zijn het. Vier en vier.'
Sandra:
'Houten pallets, op elkaar gestapeld. Die stof eromheen, dat is pas sinds kort, dat hoort al bij de Griekse styling. Net als de gordijntjes voor die kast. Dat is dan een beetje míjn kast. Daar heb ik mijn dingen in als ik hier verblijf. Toiletspullen, pyjama’s en zo. Lenzenspul. Daar zat eerst een deur voor, die héél onhandig was want die kon nauwelijks open. En ik had al tijden gezegd: ik word gek van die kast want ik kan er niet bij als ik iets wil pakken. Omdat die deur dan tegen het bed aangaat. En op een dag was hij eruit. Die had hij er uitgehaald. Omdat ik er steeds over mopperde. Maar goed, toen was het een kale witte kast. Dus ik zei: dát kan niet, dát vind ik niet mooi, dáár wil ik gordijntjes voor. En dan ben ik ook echt wel even bezig met het zoeken naar het goede gordijntje, ik geloof dat ik hier wel drie of vier verschillende stofjes voor heb gekocht. Nu hangen er twee lagen stof over elkaar, donker blauw en lichtblauw. Als je ze apart neemt zijn ze doorschijnend, maar als je ze voor elkaar hangt, dekt het iets meer af, dan zie je niet meer zo wat er in die kast zit. En ik vond het wel lekkere kleuren. Nou, en dan lag er eerst nog een soort vies-roze vloerbedekking, dat was ook van de vorige bewoner, dat was wel echt víes. En ik vond het niet mooi. Dus op een dag nam hij tapijt mee van zijn werk, dat was daar overgebleven, en daar moest iets mee. Híj wilde dat eerst in de woonkamer leggen, maar daar was het veel te weinig voor, dus toen hebben we het hier neergelegd. Alles ontruimd, dat ouwe spul eruit en dit erin. Deze kleur is veel beter, bij de gordijnen ook, dus daar kan ik wel mee leven. Het is mooi tapijt, lekker dik. Niks mis mee. En toen dát eenmaal allemaal gebeurd was, die deur, dat tapijt, de stof om het bed, toen dacht ik: nú moeten we even doorgaan. Nu moeten we het éven afmaken. Toen heb ik het houtwerk rond de ramen blauw geschilderd, de omlijsting van de kast, de deur groen, en de overgebleven muren lichtblauw.'
Wie uit het voorgaande nu misschien het idee mocht hebben gekregen dat dat dan ook wel weer halve potjes blauw en groen zullen zijn geweest, die nog ergens halfvergeten op een plank, achter in een kast stonden in te drogen, overgebleven van vorige decoratierondes, die heeft het mis. Want inmiddels had Sandra dus wél besloten het volgens plan aan te pakken en het moest dan ook niet zomaar een beetje griekserig worden, maar het échte Griekenland. Het Griekenland van Sandra en Nikos.
Nikos:
'Toen ik Sandra ontmoette, werkte ik in een restaurant. En de kleuren van dat restaurant, waren blauw. De tafels waren lichtblauw. Als deze muur. De stoelen waren rood. Die had ik rood geschilderd. Als die lijstjes aan de muur. Ik denk, omdat ik de kleuren van dit restaurant mooi vind, hebben we ze hier ook gebruikt.'
Sandra:
'Dat restaurant was op Santorini, daar heb ik hem ontmoet, zes jaar geleden. Hij werkte daar als ober. Dat was niet zo'n Grieks restaurant als hier, met witte beelden en kolommen en allemaal hetzelfde eten, maar een beetje het alternatieve Griekenland. Een plek voor kunstenaars, een beetje artistiek, hippie-achtig. En de kleuren van dat restaurant, dat zijn inderdaad wel echt deze kleuren. Dat was voor ons allebei een hele prettige plek, we zijn er dit jaar ook weer teruggeweest. En díe sfeer, die heeft model gestaan voor deze slaapkamer. Maar die stoeltjes bijvoorbeeld, en dat groen van de deur, dat komt weer meer uit het huisje van zijn oma, in het dorp waar Nikos is geboren, waar zijn familie vandaan komt. En dat dorpsachtige, dat eenvoudige, eerlijke, dat probeer ik hier ook een beetje te benaderen. We waren dan in dat dorp, en op dat dorpsplein staat in het midden een dikke boom, en daar staat de kerk, maar daar zijn ook twee cafenions. Twee hele kleine koffiehuisjes, kamertjes eigenlijk, met een gammel toonbankje, en daar zitten de mannetjes dan raki te drinken, of een of ander zelfgebrouwen drankje, en in die cafenions, daar hadden ze ook dit soort stoeltjes. Het liefst zou ik er een keer met een busje heenrijden want volgens mij hebben ze daar honderden van dat soort stoeltjes, die je voor een krats kunt kopen, maar deze heb ik gewoon in Nederland gekocht, in een tweedehands winkeltje. Die zijn eigenlijk veel te netjes. Ik heb ze wel een beetje donkerder gemaakt, met beits, want ze waren eerst van dat blanke hout, maar in Griekenland zijn die stoeltjes veel doorleefder. Veel schever en met ijzerdraadjes aan elkaar gemaakt. Die zijn om te begínnen al gemaakt op te dikke mannen die daar achterovergeleund in zitten te hangen, en drie stoelen tegelijk nodig hebben. Die moeten wat gewicht kunnen hebben, dus hebben ze er van tevoren al ijzerdraadjes tussen gespannen, en extra dwarslatten, en de poten wat meer naar voren. Dat oude, café-achtige, dat dorpse, dat heb ik met die stoeltjes dan ook een beetje willen zoeken. En daar ben ik ook nog niet mee klaar. Ik zou nog wel wat meer aan de muur willen. Ik heb al lijstjes verzameld, van die oude lijstjes, die een beetje in de dorpshoek zitten, en ik wil wel wat meer foto's op gaan hangen. Ik vind dat wel leuk, dat inrichten. Ik vind het een uitdaging om met weinig middelen toch een sfeervolle kamer te maken, die klopt met wat híj leuk vindt, en met wat ík leuk vind. En om dat op een beetje een organische manier bij elkaar te zoeken. Niet met een grote zak geld allemaal design kopen, maar een beetje in winkeltjes kijken, bestaande dingen een beetje opknappen, er iets anders mee doen. Ik vind het leuk als je er iets van jezelf aan toevoegt, in plaats van het zo standaard in de winkel te kopen. Ik zou ook nog wel graag een ander kastje willen, dat ook een beetje dat dorpsige benadert. En ik word daar dan zo door gegrepen dat ik al bijna ga denken of ik niet zelf een kastje kan maken. Gewoon omdat ik niet kan vinden wat ik voor ogen heb. Want het moet wel passen, het is maar een klein plekje. En die enorme tv moet erop. Ik had liever een kleinere, maar ja..'
Nikos:
'Veel dingen in dit huis, heb ik gevonden op straat. Ik loop op straat, en ik vind dingen. De bank in de kamer. Deze televisie. De andere televisie, in de kamer.’
Sandra:
'Alles, vindt hij.'

Nikos:
'Veel dingen. Dit tafeltje. De stoel in de kamer. Een leren bank, in de andere kamer. De stereo. Is kapot, maar kan ik maken, hij is perfect. Misschien vind ik een kleinere televisie.'
Sandra:
'Dat zou fijn zijn.'
Nikos:
'Of een nieuw kastje, voor hier. Ik neem alles mee. Soms vind ik iets lelijk, maar dan heb ik nog niks beters gevonden. Als ik iets beters vind, neem ik het mee en verwissel ik het. De bank in de kamer, heb ik drie keer verwisseld. Steeds vind ik een betere, en doe ik de oude weg. Ik wacht tot ik het goede vind. Ik houd niet van nieuwe dingen. Als ik iets koop, is het tweedehands. Ik houd van oude dingen. Niet omdat het goedkoper is, maar omdat het geleefd heeft.'
Sandra:
'Een beetje wat ik bedoel met dorpsstijl. Simpele, eenvoudige dingen, met een verleden. Boerse stijl. Echte materialen. Oud hout. In de kamer wil ik ook een houten vloer.'
Nikos:
'In de kamer?'
Sandra:
'Zo'n mooie, doorleefde houten vloer. Dat is duur, maar het alternatief is zo'n goedkoop studententapijtje, dat vind ik ook niks. Wat vind jij?'
Nikos:
'Hout is mooi.'
Sandra:
'Maar tapijt is misschien goedkoper..'
Nikos:
'Dit tapijt heb ik gevonden..'
Sandra:
'Maar voor de woonkamer heb je veel meer nodig..'
Nikos:
'Hout maakt veel lawaai, voor de benedenburen..'
Sandra:
'Je kunt er een kleed opleggen..'
Nikos:
'Ik vind het allebei mooi. Hout, en tapijt.'
Sandra:
'Jíj moet het betalen..'
Nikos:
'Ja. Misschien kan ik iets vinden..'

©JosvanVenrooij



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 






foto:
Wim van der Spiegel