Het Rotterdams Bewonerssteunpunt Alexanderpolder geeft vijf keer per jaar een krant uit met nieuws en achtergronden uit de wijk. Ter illustratie bij de aankondiging van een multiculturele Sprookjeswandeling en een interview met de initiatiefneemster daarvan, werd dit sprookje naverteld.

 

De vier fazanten
en het oor
van de vreemdeling

Een Marokkaans sprookje

Er was eens een man die iedere dag het veld in trok en drie fazanten schoot, om zijn gezin te eten te geven. Hij schoot er één voor zijn kind, één voor zijn vrouw en één voor zichzelf. Op zekere dag werd deze man, na de jacht op zijn weg terug naar huis, staande gehouden door een vreemdeling.
"Ik ben onbekend in deze streek", sprak de vreemdeling. "Ik ben op doorreis, en vermoeid van het lopen. Ik zoek een slaapplaats voor de nacht."
Nu was de man juist deze dag bijzonder gelukkig geweest bij de jacht, en in plaats van drie had hij vier fazanten geschoten. Goedgeluimd bood hij de vreemdeling daarom niet alleen onderdak aan voor de nacht, hij noodde hem ook aan tafel, om samen met zijn gezin de fazanten als avondmaal te gebruiken.
Thuisgekomen vroeg de man zijn vrouw de vier geschoten fazanten zo smakelijk als zij maar kon te bereiden, met alleen de beste ingrediënten en volgens het fijnste recept, om zo hun onverwachte gast de verschuldigde eer te bewijzen. En terwijl de vrouw zich gewetensvol kweet van deze taak, vertrokken de man en de vreemdeling naar de moskee, voor het gebed.
Bij de moskee trof de man zijn vrienden, aan wie hij uitgebreid vertelde van zijn voorspoedige jacht, en het lot dat hem juist vandaag de vreemdeling op zijn pad had gebracht. En zo kwam het dat de vier fazanten al rijkgevuld en heerlijk geurend op tafel stonden, klaar om te worden gegeten, terwijl de man en de vreemdeling nog altijd niet waren teruggekeerd, en de vrouw op hun thuiskomst moest wachten.
Na enige tijd geduldig gewacht te hebben, kon de vrouw, hongerig geworden door het harde werken in de keuken, de heerlijke geuren van de fazanten op tafel niet langer weerstaan, en zij besloot, om haar honger te stillen, de kleinste fazant op te eten.
Maar omdat zij juist de kleinste vogel had gekozen, had de vrouw na het eten ervan nog altijd honger. En nu zij de rijke, verfijnde smaak van het gebraad eenmaal geproefd had, was het haar onmogelijk daar weerstand aan te bieden. Weer besloot ze de kleinste fazant te eten. Zo duurde het niet lang of de vrouw had allevier de fazanten tot het allerlaatste botje afgekloven en opgegeten. Pas toen was zij voldaan.
Toen kort daarna de vreemdeling terugkeerde van de moskee, vooruitgelopen omdat hij zo hongerig was, durfde de vrouw haar gast niet te bekennen dat zij geen fazanten meer had om hem voor te zetten, en besloot haar toevlucht te nemen tot een list. Zij pakte haar kind op, dat juist wakker was geworden en was begonnen te huilen, en sprak tot de vreemdeling:
"Het kind huilt omdat het honger heeft. Het is een oud familiegebruik dat een gast, alvorens hij aan tafel gaat, zijn oor afsnijdt en dat het kind te eten geeft."
Hierop pakte de vrouw het mes van tafel waarmee zij de fazanten had gegeten. De vreemdeling, bang dat de vrouw hem nu het oor zou afsnijden, ontvluchtte het huis in paniek. Hij rende weg, zo hard hij kon.
De man, die nu ook terugkeerde van de moskee, was zeer verbaasd de vreemdeling zo gehaast te zien vertrekken, en hij vroeg zijn vrouw wat daar wel de reden van was.
"De reden dat onze gast zo gehaast vertrekt", sprak zijn vrouw, het mes nog in haar hand, "is dezelfde reden dat ons kind huilt: hij heeft onze fazanten gestolen."
Toen hij deze woorden hoorde, nam de man, vervuld van eerbied voor de moed van zijn vrouw, haar het mes uit de hand en zette de achtervolging in. De voorsprong van de vreemdeling was echter zo groot dat het onmogelijk bleek hem nog in te halen. In een laatste poging zijn fazanten te redden probeerde de man de vreemdeling met een smeekbede te vermurwen.
"Geef ons dan toch in elk geval een klein stukje", riep de man in tranen, zwaaiend met het mes, "zodat ons kind kan eten!"
Maar de angst had de vreemdeling vleugels gegeven.

 

©JosvanVenrooij