Het Rotterdams Bewonerssteunpunt Alexanderpolder geeft
vijf keer per jaar een krant uit met nieuws en achtergronden uit de wijk: wijkkrant Het Lage Land, die in een oplage van 3000 huis aan huis wordt verspreid.
Dit is een interview met twee vrijwilligsters die nieuwe bewoners in de galerijflat verwelkomen met een bloemetje en een vriendelijk woord.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

Karin Reichardt en Miep Stigter, De Nieuwe Buren

Het gaat erom dat je elkaar niet zomaar voorbijloopt 

Met een bloemetje of een mooie plant en een tasvol informatie trekken de vrijwilligers van ‘De Nieuwe Buren’ er regelmatig een avond op uit om nieuwe huurders in de flat, in de straat of in de wijk te verwelkomen. Een initiatief dat bijna tien jaar geleden ontsproot aan de behoefte iets te doen aan veiligheid, maar dat nu eigenlijk vooral bedoeld is om mensen wegwijs te maken in hun nieuwe wijk, en zich er thuis te laten voelen. En welkom. In de hoop dat dat bijdraagt aan een gevoel van saamhorigheid, in het dorp dat Het Lage Land heet. Miep Stigter en Karin Reichardt zijn twee vrijwilligers van het allereerste uur.

Karin Reichardt: “Laatst bracht ik bloemen bij een man, en die had helemaal geen vaas. Ik vroeg of hij dan misschien een grote pot had, van de groenten of zo. Of een kan. Een pan desnoods.. ik probeerde die man op een spoor te zetten. Maar hij zei: ik weet niet of ik dat wel bezit. Een beetje vreemde situatie. Maar over het algemeen waardeert men het zeer, zo’n bezoekje.”

Miep Stigter: “Mensen stellen het ontzettend op prijs als je met een bloemetje komt. En dan vraag je hoe ze de flat vinden, hoe ze de buurt vinden, en of ze al kennis hebben gemaakt met de buren. Want dat is uiteindelijk de bedoeling.”

Karin Reichardt: “Niet dat je elke dag bij elkaar op de koffie moet hoor, dat hoeft ook niet. Je hoeft geen dikke vriendinnen te worden met iedereen. Maar gewoon, dat je elkaar groet op straat, en in de lift. Dat je elkaar niet zomaar voorbijloopt. Dat je aanspreekbaar bent voor elkaar.”

Miep Stigter: “In mijn praatje zeg ik dat er altijd bij, dat dat de bedoeling is. Dat je moet samenwerken om een prettig en schoon leefklimaat te krijgen in de wijk. En de mensen waar ik kom zijn daar altijd vóór.”

Karin Reichardt: “Ik vind het ook altijd belangrijk om aan te voelen of men kan wennen. Of de mensen passen. Of er niet iets aan de hand is. Dat heb ik ook wel eens meegemaakt. Dan voel je dat er iets niet klopt. Dat signaleer ik dan. En dat kan ik dan bijvoorbeeld doorgeven aan het maatschappelijk werk. En ik heb ook wel eens meegemaakt dat mensen zeiden: ik vond het zó fijn, kom nóg eens langs. Maar dat is niet de bedoeling.”

Miep Stigter: “Er blijft geen contact bestaan, met mensen die je bezoekt. Dat kan niet, dat zijn er teveel. Je zegt elkaar wel gedag natuurlijk, maar verder niet. Ja, ik had een keer een mooie bloeiende plant gekocht, voor een echtpaar, en nog heel lang zeiden ze, elke keer als ik ze tegenkwam: hij staat nog zó mooi! Kijk, dat is leuk. Het waren ook oudere mensen, die stellen dat op prijs, een bloeiende plant.”

Karin Reichardt: “En heren, als ze alleen wonen, geef ik ook vaak een plant.”

Miep Stigter: “Het liefst een makkelijke. Die niet zo vaak water hoeft te hebben.”

Karin Reichardt: “Dat blijkt altijd te kloppen.”

Miep Stigter: “Van tevoren maak je een afspraak met de mensen.”

Karin Reichardt: “Ik doe altijd een week van tevoren een brief bij ze in de bus, dat ik langs wil komen met een bloemetje. De adressen krijgen we van de woningcorporaties.”

Miep Stigter: “En dan krijgen ze ook een map, met allerlei informatie over de wijk. Over winkels, en wat er in de buurt te doen is..”

Karin Reichardt: “ En het WieWatWaar-boekje. Dat is een handig dun boekje waar heel kort van alles in staat, met telefoonnummers erbij. Het is eigenlijk voor 55-plussers, maar ik geef het ook vaak aan jonge mensen.”

Miep Stigter: “Jonge mensen hebben vaak weer oudere buren. Als die in nood komen is het toch handig om te hebben.”

Karin Reichardt: “En het is overzichtelijker dan de deelgemeentegids. Maar als ze het niet willen, neem ik het weer terug. Het is zonde als het bij het oud papier terechtkomt.”

Miep Stigter: “En ze krijgen een plattegrond van de wijk, een boekje met wandelroutes en fietstochten door de omgeving, een folder van de klachtentelefoon..”

Karin Reichardt: “Een boekje met cursussen, met activiteiten van de wijkgebouwen..”

Miep Stigter: “Alle wijkgebouwen staan daar in hoor. Ook van Ommoord en Zevenkamp.”

Karin Reichardt: “En als ik dan binnen ben, dat is mijn tactiek, dan zit ik aan tafel, en dan haal ik één voor één die folders en boekjes tevoorschijn, met ieder een klein praatje.”

Miep Stigter: “Zo doe ik het ook. Als je alles in één keer op tafel legt dan is het teveel. Dan wordt het onoverzichtelijk.”

Karin Reichardt: “Helemaal op het laatst kom ik dan met de nee-ja-sticker, de woepie en de sleutelhanger.”

Miep Stigter: “En als ik gedag zeg, dan ligt alles zo op tafel, dan zeggen ze meestal: u vergeet uw tas. En dan zeg ik: nee, die is óók voor u. Daar kunt u alles handig in opbergen. Oooh, zeggen ze dan, mogen we die houden? Of-ie van goud is.”

Karin Reichardt: “Vroeger hadden we ook een kalender. Die vond iedereen altijd zo mooi! Maar ja.. daar is geen geld meer voor.”

Miep Stigter: “Je probeert ongeveer een half uur uit te trekken, per bezoekje, maar dat loopt ook wel eens uit hoor. Laatst was ik ook bij een stel.. je zit over van alles en nog wat te praten, heel gezellig, en voor je het weet ben je een uur verder.”

Karin Reichardt: “Er zijn mensen, die storten hun hele hart uit. Ze kennen je helemaal niet, maar ze vertellen je van alles. Ik krijg allerlei problemen te horen. Ik probeer daar op dat moment in mee te voelen, maar later laat ik het weer los.”

Miep Stigter: “Ik was een keer bij Russische mensen. Daar stond een enorme schaal fruit op tafel, schoongemaakt fruit hoor, en allerlei andere dingen, met servetjes erbij..

Karin Reichardt: “Ja, dan moet je meeëten, hè?”

Miep Stigter: “En ik had net gegeten. Uit beleefdheid neem je dan maar iets, maar ze zouden het bij wijze van spreken heel normaal gevonden hebben als je daar was binnengekomen zonder van tevoren gegeten te hebben.”

Karin Reichardt: “Zo was ik laatst bij een mevrouw uit Hongkong. Die sprak geen woord Nederlands. Ze zag mij met die bloemen staan dus liet ze me binnen, maar ze begreep helemaal niet waarom ik kwam. En ik begreep háár niet. Het zweet brak me uit. Maar opeens zag ik een mobieltje op tafel liggen. Dus ik maak het gebaar van bellen, en ik zeg: familie? En dat begreep ze. Toen belde ze iemand, in een chinees restaurant of zo, en die kreeg ik toen aan de lijn. Ik heb hem uitgelegd wat de bedoeling was, en hij vertaalde dat weer voor haar. Zo is het toch gelukt. En toen ik wegging zei ze: tot ziens! Dat was het enige dat ze wist. Om te knuffelen, toch?”

Miep Stigter: “Het is enorm leuk werk. En nu zijn we op zoek naar nieuwe vrijwilligers. Voor de hele Alexanderpolder.”

Karin Reichardt: “Er zijn eigenlijk te weinig vrijwilligers.”

Miep Stigter: “Daardoor doe ik nu in mijn eentje twee flats.”

Karin Reichardt: “En ik doe het hele noordoosten van de polder. Een heel groot gebied. Dan ben je ook eigenlijk geen buur meer, van de mensen die je bezoekt.”

Miep Stigter: “En dat is wel de opzet. Dat mensen bezocht worden door vrijwilligers die in dezelfde flat wonen.”

Karin Reichardt: “Dat geeft vertrouwen.”

©JosvanVenrooij

 

 

 

 

 

 

 

 










 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Miep Stigter en Karin Reichardt, vrijwilligsters bij het buurtprojekt De Nieuwe Buren.