Droomhuis in
het Lage Land
 
In opdracht van het Rotterdams Bewonerssteunpunt Alexanderpolder, BsA, werd de familie Pleijte
gevolgd bij het in eigen beheer bouwen van een nieuw huis. Een manier van bouwen waarvan de overheid hoopt dat het binnenkort een derde deel van de totale nieuwbouw uit zal maken.  
Dit is deel acht in een serie
die uiteindelijk uit dertien delen zou gaan bestaan.
De serie werd gepubliceerd in de wijkkrant, Het Lage Land, die in een oplage van 3000 vijf keer per jaar verschijnt en huis aan huis wordt verspreid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je staat in een kale ruimte, maar je zíet al hoe het wordt

Je eigen huis bouwen. Op maat ontworpen, en ingedeeld naar je eigen, hoogstpersoonlijke wensen en ideeën. En nog betaalbaar ook. Voor Marcel en Monica Pleijte is dat een droom die werkelijkheid wordt. Zij schreven in op een project aan de Folkert Elsingastraat, waar de toekomstige bewoners, verenigd in een kopersvereniging, gezamenlijk negen woningen laten bouwen. In collectief particulier opdrachtgeverschap. Wij volgen de familie Pleijte in dat proces. Dit is deel acht van een serie.

Elke dag op weg naar zijn werk, fietst Marcel even langs het bouwterrein. Om te kijken. Ook als er in het weekend boodschappen gedaan worden, met het hele gezin, wordt de Folkert Elsingastraat als vanzelfsprekend aangedaan. En mocht dat er al eens níet van komen, dan zijn het de kínderen die beginnen te gillen dat ze naar het nieuwe huis willen. Want ook voor hen gaat het nu echt leven, nu het bouwen begonnen is. Melle speelt het zelfs al na, met zijn kraanwagen. En af en toe bezoeken Marcel en Monica samen het projekt. Even naar hun droomhuis kijken. Even erin rondlopen. Voelen hoe dat is. En al staan ze dan op een kale betonnen vloer, tussen de kale muren onder een kaal betonnen plafond, het geeft, zegt Marcel, toch al een heel aardig idee.
“Ze zeggen toch altijd dat het kleiner is, wanneer je het in het echt ziet? Maar ik vind het nog stééds vrij ruim. En we zijn nog altijd zéér ingenomen met onze lokatiekeuze. Want je ziet bijvoorbeeld al de contouren van de ramen, je ziet waar de schuifpui gaat komen, de openslaande deuren.. dus het uitzicht dat je straks gaat krijgen, dat zie je al.. het terras ligt er, je ziet waar de open haard komt.. je staat in een kale ruimte, maar je kunt je al helemaal voorstellen hoe het zal worden. Dat geeft een machtig gevoel.”
En als ze er dan toch zijn, kijken ze meteen of alles een beetje gaat zoals zij het in hun hoofd hebben. Of al hun persoonlijke wensen en ideeën ook inderdaad volgens tekening worden uitgevoerd. Want dat wordt je als koper geacht óók zélf in de gaten te houden. Weliswaar is er een opzichter aangenomen, die namens de kopersvereniging de bouw controleert, maar die let meer op de bouwtechnische kant van de zaak. Niet op de hoeveelheid stopcontacten en hoe hoog die precies zitten. Daar heeft de koper een eigen verantwoordelijkheid. Maar tot nu toe, zegt Marcel, is er geen enkele reden tot klagen.
“Het ziet er allemaal keurig netjes uit. En als er al eens iets mist, een elektrapuntje, dan meld je dat en zit het er bij wijze van spreken de volgende dag al in.”
En het gaat zelfs verder dan dat. Want nu zijn ze toch al zo’n drie, vier jaar bezig met dat droomhuis, het kan nog steeds gebeuren dat er weer een níeuw idee op komt borrelen. Zeker als ze er zo eens in rondlopen.
“De kelder zit er ook al onder, een gigantisch, donker gat is dat, en er zit dan nog wel geen trap, maar toen we zo van boven die diepte in keken, hadden we opeens het idee daar een beamer op te hangen. Want dat is natuurlijk een ideale ruimte om films te projecteren, of computerspelletjes te doen. Dat is voor de kinderen leuk, maar voor ons ook.”
En kijk, dat is dan weer het voordeel van het eigen-opdrachtgever-zijn, dat kán gewoon, al valt het onder meerwerk. Eén telefoontje naar de aannemer en die zorgt voor een extra lichtpuntje en een loze leiding in het plafond. Makkelijk zat. Was alles maar zo makkelijk. Het kiezen van een badkamer bijvoorbeeld. Want daar zijn de mogelijkheden zelfs in één badkamerzaak al zó schijnbaar onbeperkt dat het bijna keuzestress op gaat leveren.
“De aannemer werkt met één badkamerzaak en één tegelhandel. Het is niet helemáál gedwongen winkelnering, want je kúnt ook voor een andere zaak kiezen, maar dan laat de aannemer weer bepaalde garantievoorwaarden vallen. Bovendien moet het dan allemaal achteraf geplaatst worden. Kies je voor die ene zaak, dan gaat het met de bouw mee. Zitten de badkamer en de wc er al in als je de sleutel krijgt, dat is ook een voordeel. Maar we zijn wel bij een aantal andere zaken gaan kíjken. Je wilt toch weten of de prijzen aantrekkelijk zijn. Bovendien wil je hier en daar een beetje inspiratie opdoen, je wilt je beeld ook niet helemaal door één enkele zaak laten bepalen.”
Over de indeling van de badkamer waren Marcel en Monica het snel eens. Waar de dubbele wastafel komt, het ligbad, het hangend toilet, de douche, dat staat allemaal wel vast. En dat de hoofdkleur pergamon wordt. Een soort beige, gebroken wit. Alleen welke types het moeten worden, van welke merken.. dáár zijn ze nog niet uit. Vooral de douche biedt ongekende mogelijkheden.
“Eerst dachten we aan een inloopdouche, maar zo’n stoomcabine vinden we nu ook best mooi. Met een hoofddouchestraal van boven en extra stralen van opzij. Je hebt dan al veel meer stoom, maar daar komt nog van alles bij. Je kunt met geuren werken: als je verkouden bent, bijvoorbeeld, doe je er eucalyptus doorheen. Je kunt met bepaalde kleuren licht je stemmingen beïnvloeden: kleurentherapie. Allemaal voor extra ontspanning. Maar daar hangt ook een prijskaartje aan: je kunt er een klein autootje van rijden.”
Marcel had het nog gezegd trouwens, in de badkamerzaak: dat je in een auto tenminste eerst nog een proefrit maakt, voordat je hem koopt. Dat je dat met zo’n douche eigenlijk ook zou moeten doen. Het was meer een grapje, maar dat bleek dus te kúnnen. In Utrecht, bij de fabrikant, kon je verschillende stoomcabines uitproberen, vertelde die mevrouw. Mét geuren en kleuren. Dus ja, dat staat nu op de planning, als dagje uit. Zónder de kinderen. Want, vreest Monica, die zijn er niet meer uit te krijgen, en dan ben je als ouder natuurlijk meteen verkocht. Nee, voor de kinderen blijft het meebeslissen nog even beperkt tot hun eigen kamertjes. En met een prinsessekamer voor Marit en een race-autobed voor Melle wordt het nieuwe huis ook voor hen een droomhuis. Het ‘oude’ huis intussen, is onder voorbehoud verkocht, en dat is ook wel een lekker gevoel, vertelt Marcel. Weer een stresspostje minder. En het hoeft nauwelijks verbazing te wekken dat hij, en Monica, alles zoveel mogelijk zelf hebben gedaan. Geheel in stijl.
“We hebben het via Makelaarsland gedaan. Die maken een taxatierapport op en ze zetten het huis voor je op internet. Op Funda en op hun eigen site. Maar de bezichtigingen bijvoorbeeld, die doe je zelf. Je betaalt daardoor niet alleen een veel lagere courtage, je bent ook veel flexibeler met je bezichtigingen. Je kunt kijkers in de avonduren ontvangen, of in het weekend. Van de mensen die langskwamen hoorden wij dat zij dat óók heel prettig vonden. En als bewoner weet je precies wat je huis en de buurt te bieden hebben. Je kunt alle vragen beantwoorden. Dat heb je met een makelaar niet. Met een makelaar word je er na twintig minuten weer uitgebonjourd en dan weet je nog niks. De prijsonderhandelingen worden officieel door Makelaarsland gevoerd, maar uiteindelijk hebben we dat ook zelf gedaan. We kwamen er meteen goed uit met de koper. We hebben precies het bedrag gekregen dat we in ons hoofd hadden. En dan zit je misschien heel even met het idee dat je met een hogere vraagprijs had moeten beginnen, maar je moet ook reëel blijven. Deze koper was héél flexibel op de datum, en dat is voor ons ook niet onbelangrijk. Wij hebben ook geen zin om met twee jonge kinderen nog eens ergens een caravan in te duiken.”

©JosvanVenrooij

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Marcel en Monica Pleijte bezoeken hun droomhuis in aanbouw: “Het is nog een kale ruimte, maar het uitzicht dat we straks gaan krijgen, dat zien we al.”