|
Droomhuis in
het Lage Land
In opdracht van het Rotterdams Bewonerssteunpunt Alexanderpolder, BsA,
werd de familie Pleijte
gevolgd bij
het in eigen beheer bouwen van een nieuw huis. Een
manier van bouwen waarvan de overheid hoopt dat het binnenkort een derde
deel van de totale nieuwbouw uit zal maken.
Dit is deel twee in een serie
die uiteindelijk uit dertien delen zou gaan bestaan.
De serie werd gepubliceerd in de wijkkrant, Het Lage Land, die in een
oplage van 3000 vijf keer per jaar verschijnt en huis aan huis wordt
verspreid. |
|
Over de kleur van baksteen, en Jungleboek op de deur
Een huis op maat. Ingedeeld en
vormgegeven naar je eigen hoogstpersoonlijke wensen en ideeën. En nog
betaalbaar ook. Voor de familie Pleijte is het een droom die uitkomt. Zij
schreven in op een project aan de Folkert Elsingastraat, waar de
toekomstige bewoners, verenigd in een kopersvereniging, gezamenlijk negen
woningen laten bouwen. In particulier opdrachtgeverschap. Wij volgen de
familie Pleijte in dat proces. Dit is deel twee van een serie.
Ging het toch bijna
alsnog fout, aan het begin van de 22e vergadering, met het
gevelaanzicht, en de keuze van de baksteen. Want nu stond hier in de
notulen weer dat het ‘Plantage’ zou worden, een gemêleerde steen. Terwijl
de keus toch juist op ‘Roovert’ was gevallen. Ook een gemêleerde steen.
Als de stalen erbij op tafel komen, valt het misverstand voor de
buitenstaander wel een beetje te begrijpen, zo op het blote oog is er
bijna geen verschil, maar verder is iedereen het er snel over eens dat het
inderdaad de ‘Roovert’ moest zijn. Met, kijk maar eens goed, iets meer
rood erin. Toch een correctie op de notulen dus, deze keer. Gelukkig maar,
want het was een behoorlijk goed voorbereide en doorwrochte keuze, praat
Marcel ons even bij.
“We zijn er zelfs voor op excursie geweest, met alle kopers. De architect
heeft ons op een zondagmiddag meegenomen, naar Delfgauw, en ons daar
rondgeleid langs een aantal nieuwbouwprojecten. Zodat we allerlei
verschillende soorten baksteen met elkaar konden vergelijken. Want als je
dat in het echt ziet, op ware grootte, met daglicht erop, dan geeft dat
een heel andere indruk dan een foto, of een tekening.”
En ging zijn voorkeur eerder uit naar een wat lichtere steen, omdat het
anders misschien zo somber zou worden, nu is hij helemaal om.
Honderdtachtig graden gedraaid.
“Anderen dachten dat een lichte steen te snel vuil zou worden. En op den
duur minder mooi. Die hadden liever iets donkerders. Of liever iets
gemêleerds, en dan werd er gesproken over ‘ietsjes oranje’. Nou, dat vond
ík weer helemaal niks. Daar had ik echt een aversie tegen, tegen dat
oranje. Maar nu heb ik het gezien, en ik vond het hartstikke mooi.”
En zo werd uiteindelijk besloten tot de gemêleerde variant. Unaniem zelfs,
want zo’n excursie doet veel, voor het groepsgevoel. Hoewel een ander
onderwerp, waar tijdens dezelfde excursie ook wat voorbeelden van werden
bekeken, waarschijnlijk nóg wel een aantal keren uitgebreid ter tafel zal
komen. De inrichting van de buitenruimte. Schuurtjes, schuttingen,
tuinhuisjes. De kleur van het schilderwerk. Hoe uniform moet het worden?
Hoe vrij blijft het individu? Een ingewikkeld probleem.
“We hebben bijvoorbeeld projecten gezien waar dat helemaal vrij was
gelaten. Daar had de één een paarse voordeur, de volgende had hem groen en
weer een ander had er heel Walt Disneys Jungleboek op geschilderd. En daar
kun je van alles van vínden, maar de mensen die erachter wonen zijn er
gelukkig mee. Die hebben het allemaal naar hún smaak ingericht. Het is een
stukje identiteit. Maar het leidt misschien ook wel enigszins tot
verrommeling.”
Individuele vrijheid is mooi, vindt Marcel natuurlijk, aan de ene kant.
Maar het moet ook weer niet doorslaan. Het moet niet ontaarden in een
ratjetoe. Aan de andere kant, hij heeft toch ook geen zin de gevangene van
zijn eigen huis te worden. Dat hij een soort dictatoriale uniformiteit
krijgt opgedrongen. En dat hij dan geen kant meer op kan. Daar houdt hij
niet van. Het moet wel zíjn huis blijven tenslotte, ook aan de buitenkant.
“We moeten het er gewoon onderling over eens worden wat we willen. Dat is
een proces van geven en nemen. En dan vind ik het prima. Uniformiteit op
hoofdlijnen vind ik prima. Dat je bijvoorbeeld binnen een bepaalde
kleurenwaaier je eigen keuze maakt. Dat je het niet te bont maakt. Maar ik
moet ook zeggen, als je allemaal dezelfde soort zonwering hebt, dezelfde
soort erfafscheiding.. ja, het is wel mooi. Je houdt er dan wel de eenheid
in. Maar dat moet dan wel zijn omdat je er zelf voor kiest.”
En dat is dan dus weer het mooie van dit project. Dat je overal zelf voor
kunt kiezen. Dat wil zeggen, je beslist overal over mee. Wordt de gevel
bij het metselen bijvoorbeeld terugliggend doorgestreken? Om de
oorspronkelijke, frisse steenkleur te behouden? Of wordt er achteraf
gevoegd? En hoe? En wat is beter? Worden het meranti kozijnen, met een
FSC-keurmerk? Of wordt het écht, serieus duurzaam bouwen, en valt de keus
dus op sapupira? Is Noords grenen misschien nog een alternatief? Of zit
dat vol spint en kwasten? Moet er een smetplank achter de leuning? Móet de
briefgleuf in de deur? En kómt de postbode straks nog wel dat hele end
naar de voordeur toe? Allemaal zaken die overwogen en besloten moeten
worden. En al is hij een leek op het gebied, gaan er soms termen over
tafel waar hij eerder het bestaan niet van wist, Marcel heeft er geen
moeite mee.
“Als je gewoon een huis gaat kopen, dan ga je dat ook niet allemaal
vragen. Kijk, ik vind het belangrijk hoeveel kamers ik heb, hoe groot ze
zijn en waar mijn ramen zitten. Hoe ik de boel verwarm. En verder weet ik
een beetje wat voor spullen ik in mijn huis wil hebben, en daar let ik dan
op. Soms weet je wat je moet kiezen, en soms wordt het voor je bepaald.”
Binnenkort moet het bestek zijn geschreven, moet een aannemer worden
gekozen, de offertes worden aangevraagd. In september wordt gestart met de
voorbereidende werkzaamheden. In oktober begint de bouw. Als het goed is
tenminste. Want voordat het zover is, moet er in elk geval nog één woning
worden verkocht. En al heeft zich daar inmiddels een aspirantlid voor
gemeld, en zijn er voor de andere twee woningen de afgelopen week alweer
zeven informatiepakketten aangevraagd, dat blijft nog even spannend.
©JosvanVenrooij
|
|

De familie Pleijte bestaat uit Marcel (38),
bestuurkundig onderzoeker bij een onderzoekinstituut voor het landelijk
gebied in Wageningen, Monica (36), onderwijzeres op een basisschool in
Capelle, Marit (3½) en Melle (bijna 2). De katten heten Maupie en Bram. De
laatste is een krijgertje, vandaar.
|