Droomhuis in
het Lage Land
 
In opdracht van het Rotterdams Bewonerssteunpunt Alexanderpolder, BsA, werd de familie Pleijte
gevolgd bij het in eigen beheer bouwen van een nieuw huis. Een manier van bouwen waarvan de overheid hoopt dat het binnenkort een derde deel van de totale nieuwbouw uit zal maken.  
Dit is deel één in een serie
die uiteindelijk uit dertien delen zou gaan bestaan.
De serie werd gepubliceerd in de wijkkrant, Het Lage Land, die in een oplage van 3000 vijf keer per jaar verschijnt en huis aan huis wordt verspreid.

 

 

andere delen:
Over de kleur van baksteen en Jungleboek op de deur»

Een droomhuis is nooit helemaal klaar
In de aanloop naar
de eerste paal
Een beetje meestribbelen
met de overheden
In de houdgreep van
de bureaucratie
Het bouwen is begonnen, dat is een hele opluchting
»
Je staat in een kale ruimte, maar je zíet al hoe het wordt
»
Pannenbier en keuzestress
De kleur van de tandenborstel
Het water aan de lippen
»
Het onvermoede voordeel
van een veldbed
Het is hier helemaal super!
»

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De familie Pleijte bouwt een droomhuis

Met het hart in de keel loten om een kavel

Je eigen huis bouwen. Op maat ontworpen. Helemaal toegesneden op je hoogstpersoonlijke wensen en ideeën. En nog betaalbaar ook. Dat klinkt als een mooie droom. Voor de familie Pleijte is het een droom die uitkomt. Zij schreven in op een project aan de Folkert Ensingastraat, waarvan de toekomstige bewoners, verenigd in een kopersvereniging, hun eigen huis vormgeven en gezamenlijk laten bouwen, in particulier opdrachtgeverschap. Wij volgen de familie Pleijte in dat proces. Dit is deel één in een serie.

Het loopt al een tijdje, het project. In november 2003, om precies te zijn, was de eerste informatieavond. Toevallig had Marcel kort daarvoor het bord zien staan, aan het hek om de bouwlocatie. Het was vrijdag, zijn thuiswerkdag, zíjn dag met de kinderen. Hij was op weg naar de markt, zocht een plekje om te parkeren en daar stond het. Hij noteerde het nummer en inmiddels zijn ze achttien vergaderingen verder en kunnen ze twee flinke ordners vol papier op tafel zetten. Het vréét tijd en energie, en dat is zwaar, in een gezin met twee kleine kinderen, en naast een baan van vaak twaalf uur per dag, maar het is zeker de moeite waard. Spijt dat ze er aan begonnen zijn, hebben ze dan ook niet. Tenslotte is het hun droomhuis, dat gebouwd gaat worden. Als het er straks staat, blijven ze er misschien wel dertig jaar wonen.
"Dit is het plan", legt Marcel de tekeningen op tafel. "Drie blokken, die ieder zijn opgebouwd uit een twee-onder-één-kapper, met op de kop, van elkaar gescheiden door garages, een semi-vrijstaand huis. Negen woningen in totaal. En als je goed kijkt, is geen woning hetzelfde."
De verschillen zijn zowel aan de binnen- als aan de buitenkant te zien. Want waar hier het dakterras inspringt, loopt daar het muurtje juist door. De één wil grote ramen waar de buurman voor kleinere kiest, en de één heeft zijn keuken hier terwijl de ander hem liever dáár heeft, en dan ook nog graag iets ruimer. Daar hoef je in de doorsnee Vinexwijk allemaal niet mee aan te komen.
"Dat is het leuke van dit project", zegt Marcel. "Je moet alles zelf doen. Inclusief die hele voorfase waar je als normaal mens geen benul van hebt: grondverwerving, verkaveling, ontwerp, contracten, procesbegeleiding enzovoort. Maar doordat je op die manier op je proces bezuinigt, ook doordat je het met een groep doet, kun je afwijken van de standaard, en samen met je toekomstige buren je eigen vorm geven aan het huis en de straat waar je wilt wonen."
Initiatiefnemers van het project zijn de woningcorporaties PWS en De Nieuwe Unie, die de aspirant-kopers in de beginfase ook de nodige begeleiding boden. Bij het opzetten van de eerste financiële ramingen bijvoorbeeld, en bij het voeren van prijsonderhandelingen voor de grond. Maar al snel ging de kopersvereniging zelfstandig aan de slag. Er werd een procesbegeleider ingehuurd, van Bureau Bouwen in Eigen Beheer, BIEB, en na een uitgebreide selectieprocedure werd gekozen voor het Rotterdamse architectenkantoor Akropolis, dat het project zou gaan ontwerpen. Te beginnen met de verkaveling. Marcel herinnert zich nog goed hoeveel tijd dát alleen al kostte.
"De architect had een aantal ontwerpjes gemaakt, voor die verkaveling. Verschillende mogelijkheden, in blokken en verspringende rijtjes... maar wij vonden dat niet helemaal voldoen. Bovendien had de gemeente als eis gesteld dat er doorzichtlijnen tussen de huizen moesten zijn. Toen kwam één van onze leden, zelf een binnenhuisarchitect, met het idee van die drie blokken, met garages in het midden, zoals het nu ook is geworden. Maar we hebben er wel drie of vier vergaderingen over gedaan om het daarover eens te worden. We hebben zelfs anderhalf uur bij de architect op kantoor met blokken heen en weer zitten schuiven voordat we uiteindelijk zagen dat het inderdaad niet anders kon."
Alvorens de huizen te gaan ontwerpen, sprak de architect uitgebreid met alle toekomstige bewoners, om ieders individuele wensen in kaart te brengen. Ook met Marcel en Monica.
"Ik wilde graag een grote tuin", noemt Marcel. "En verder vooral een héél lícht huis, ik hou van licht. Met zoveel mogelijk privacy. En qua woonoppervlakte wilden we er niet op achteruit gaan."
"Hier hebben we vijf slaapkamers", vult Monica aan, "dat wilden we in het nieuwe huis ook. Met een speelkamer voor de kinderen en een kamer voor mezelf, voor de strijk en de was. Ik wilde bijvoorbeeld ook graag een inloopkast. En een apart washok, voor de droger en de wasmachine."
Met drie woonlagen van twaalf bij zes en aan drie kanten heel veel ramen, een tuin, weliswaar op het noorden maar ruim 23 meter breed en 10 meter diep zo goed als rondom het huis, liggend aan een slootje met vrij uitzicht op een sportveld waar alleen op gekorfbald wordt, zijn al die wensen ruimschoots vervuld. Toch is dat de afgelopen vergaderingen nog behoorlijk spannend geweest, vertelt Marcel. Want het groepsproces heeft ook zo zijn nadelen.
"Meerdere mensen hadden hun oog laten vallen op dezelfde kavels. Eerst probeerden we daar al polderend en overleggend samen uit te komen, maar uiteindelijk moesten er toch winnaars en verliezers komen. Daar hebben we toen een procedure voor afgesproken, geholpen door onze procesbegeleider, van BIEB. We hebben geloot om te bepalen in welke volgorde iedereen een kavel mocht kiezen. En dat is even slikken, want het lot bepaalt hoe je kansen liggen. Je merkt dan ook hoe afhankelijk jouw wensen zijn van wat een ander wil. Het hart zat in mijn keel op dat moment. En wij eindigden vrij achteraan dus ik dacht: mijn eerste keus kan ik wel vergeten. Maar als onderdeel van de procedure hadden we ook afgesproken dat je moest laten zien welk hypotheekbedrag je kon dragen, met een verklaring van de bank. Ik had dat die avond allemaal keurig op orde. Een aantal mensen boven mij niet, waardoor ik toch als derde kon kiezen. Daar werd wel wat over gepiept natuurlijk, dat daar nog weer over gestemd moest worden, maar ik heb dat hard gespeeld en ik heb nu de kavel van mijn eerste keuze. Je spreekt niet voor niets een procedure af. Ik vind dat geen vuil spel."
Je kijkt elkaar misschien even wat schever aan, denkt Marcel, maar ach, dat ontdooit wel weer. Iederéén heeft immers zijn eigen belangen, dat botst nou eenmaal, af en toe, het is een sociaal proces. Dat heeft tijd nodig. En natuurlijk, je kunt in een project als dit al ruzie met je buren hebben voordat de eerste paal de grond ingaat, maar waarschijnlijker is het dat je goeie maatjes met ze bent. Omdat je elkaar al redelijk goed kent. Dat geeft een voorsprong. Neem nou het praktische voorbeeld van de buurman, waarvan Marcel te weten kwam dat hij een drumstel heeft. In een gewone nieuwbouwwijk sta je mooi voor een voldongen feit. Maar in dit project is daar nu nog heel goed bouwtechnisch op in te spelen, en hoeft Marcel geen last te hebben.
"Ik denk", zegt Marcel, "dat het straks een heel gezellig straatje gaat worden, waar de kinderen met elkaar kunnen spelen en waar buren bij elkaar op de verjaardag komen. Waar wel eens een straatfeest gegeven wordt. Want er is nu al een groepsgevoel, het gevoel van een gemeenschappelijk belang. En dat heeft steeds de overhand. Bovendien is het een prachtige locatie. Ik ben heel optimistisch. Ik zit zelfs al over een naam voor het huis na te denken. Vroeger vond ik dat zielig, als mensen dat deden. Maar wat dacht je van: Noorderlicht?"

 

©JosvanVenrooij

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De familie Pleijte bestaat uit Marcel (38), bestuurkundig onderzoeker bij een onderzoekinstituut voor het landelijk gebied in Wageningen, Monica (36), onderwijzeres op een basisschool in Capelle, Marit (3½) en Melle (bijna 2). De katten heten Maupie en Bram. De laatste is een krijgertje, vandaar.